|
Wie begint met wandelen of hardlopen, investeert vrijwel altijd eerst in schoenen. Dat is logisch, want daar zit de meeste techniek in en daar wordt in winkels het meest over gesproken. Toch is het probleem dat mensen na een lange afstand het vaakst melden geen blaar aan de hiel maar irritatie op plekken waar stof over de huid beweegt. Merken die op basics gericht zijn, zoals BOXR, ontwerpen daar bewust omheen, en de rest van de sportwereld praat er weinig over. Waar schuren ontstaatSchuren ontstaat waar drie dingen samenkomen: beweging, vocht en een naad of stofrand. De klassieke plekken zijn de binnenkant van de bovenbenen, de oksels, de tepels en de rand van een sok. Bij een korte wandeling merk je er niets van, want de huid kan een beperkt aantal herhalingen prima hebben. Over vijftien kilometer loopt datzelfde punt tegen tienduizenden herhalingen aan, en dan is de uitkomst voorspelbaar. Vocht is de versnellerDroge huid en droge stof glijden langs elkaar. Zodra er zweet bij komt, verandert de wrijving en gaat de stof plakken in plaats van glijden. Katoen werkt hierbij tegen je, omdat de vezel vocht opneemt en vasthoudt. Een katoenen shirt weegt na een uur merkbaar meer en blijft klam. Materialen die vocht doorgeven aan de lucht in plaats van opslaan, zoals bamboeviscose, merinowol en synthetische mengsels, houden de wrijving lager. De naad op de verkeerde plekConstructie doet hier meer dan materiaal. Een dikke overlocknaad precies op de binnenkant van het bovenbeen is een probleem, hoe goed de stof ook is. Platte naden, verspringende naden en naadloze zones lossen dat op. Bij sokken geldt hetzelfde voor de teennaad, die bij hardlopen over de teentoppen wrijft. Draai een kledingstuk voor aankoop binnenstebuiten en leg je hand op de naad, dat zegt meer dan de omschrijving. De pasvorm bepaalt de bewegingTe ruime kleding beweegt mee en veroorzaakt juist wrijving, te strakke kleding snijdt in. De middenweg is stof die aansluit zonder te knellen, met genoeg rek om mee te bewegen. Voor de onderlaag betekent dat een goede maat en een tailleband die niet krult. Een band die tijdens het lopen omslaat, vormt een harde rand die precies op één plek blijft drukken. Wat je onderweg kunt doenEr zijn twee praktische noodgrepen. Een dun laagje vaseline of een speciale antischuurstick op bekende probleemplekken werkt goed en is goedkoop. Verder helpt het om bij langere afstanden een tweede paar sokken mee te nemen en op de helft te wisselen, want droge sokken verlagen de wrijving direct. Beide zijn oplossingen achteraf, en het blijft slimmer om vooraf de juiste stof te kiezen. Testen doe je voorafDe belangrijkste regel is bekend bij iedereen die ooit een marathon liep: probeer niets nieuws op de dag zelf. Kleding die op tien kilometer prima voelt, kan op dertig kilometer een probleem worden. Draag nieuwe basics eerst een paar keer op korte trainingen en let daarbij op de plekken die je kent. Wie zijn onderlaag op orde heeft, bijvoorbeeld met materiaal zoals dat bij boxrstore.com te vinden is, houdt aan een lange dag alleen vermoeide benen over en geen schrale huid.
|















